Informatie

MR

Elk schoolbestuur is op grond van de Wet Medezeggenschap Onderwijs (WMO 1992) verplicht een MR in te stellen. Dat is, zoals dat heet, een ‘bekostigingsvoorwaarde’. Als scholen geen deugdelijke regeling voor de MR hebben op school, dan kan het ministerie besluiten de betaling aan de school stop te zetten. Alleen besturen die op grond van hun levensbeschouwing geen MR willen, kunnen ontheffing van de minister krijgen. Deze scholen moeten aan de hand van hun statuten wel kunnen aantonen dat een MR niet strookt met hun levensovertuiging.
De MR bestaat bij het basisonderwijs uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van personeel en ouders, ofwel: een personeels- en een oudergeleding.

Kortom: Elk schoolbestuur is verplicht een MR in te stellen.

Wat doet de MR?

De eindverantwoordelijkheid voor de gang van zaken op de school ligt bij het bevoegd gezag (het schoolbestuur). Maar in een democratie bepaalt een groep mensen van bovenaf niet wat er gebeurt zonder dat direct betrokkenen daarover kunnen meepraten. De WMO regelt dat de MR meedenkt met het bestuur, zijn besluiten toetst en medeverantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van de leerlingen en het team. Ook het medebewaken van de kwaliteit van het onderwijs behoort tot de taken van de MR . De MR functioneert dus op het niveau van het schoolbestuur, ofwel: is zijn gesprekspartner.

Kortom: De MR geeft structuur aan de inspraak op schoolniveau en is medeverantwoordelijk voor het welzijn van leerlingen en team.

Wie mogen er lid worden van de MR?

Alle personeelsleden (ook niet-onderwijzend), ouders en leerlingen mogen lid worden van de MR. Vroeger was het mogelijk om aan kandidaten voor de MR (daarbij het ging het met name om de ouders) de voorwaarde te stellen dat zij de grondslag en doelstelling van de school onderschreven of dat zij hun kind al een jaar op school hadden. Met de huidige wet is dat niet meer mogelijk. Alle ouders waarvan de kinderen op school zijn toegelaten, kunnen (meteen) in de MR worden gekozen, zonder dat er bepaalde eisen aan hen mogen worden gesteld.

Kortom: Alle ouders met een of meer kinderen op school, mogen lid worden van de MR.

Hoeveel leden heeft de MR?

Het aantal leden van de MR hangt af van het aantal leerlingen op de school. In artikel 3 lid 2 van de WMO staat dat het aantal leden van de MR op een school met minder dan 250 leerlingen ten hoogste (minder mag dus ook!) 6 is, op een school met 250 tot 750 leerlingen ten hoogste 10, enzovoort. Binnen de MR zijn een aantal taken onderverdeeld in verschillende functies: voorzitter, secretaris en penningmeester.

Kortom: Ieder MR-lid heeft zijn eigen taken en verantwoordelijkheden.

Wat mag de MR?

Wanneer het schoolbestuur besluiten neemt en wil uitvoeren, moet hij voor bepaalde zaken eerst de mening van de MR vragen. Let wel: niet voor alles is de inspraak van de MR vereist! In de WMO staat voor welke kwesties het schoolbestuur de MR moet raadplegen. In veel gevallen heeft de MR het recht om het bestuur te adviseren; in een aantal gevallen heeft het bestuur de instemming van de MR nodig alvorens het zijn besluit kan uitvoeren.

De WMO verdeelt de inspraakmogelijkheden van de MR in algemene en bijzondere bevoegdheden.

Hoe werkt het in de praktijk?

Voor een MR is instemmingsrecht belangrijker dan adviesrecht. De procedure is als volgt:

  • Het bestuur maakt een voorstel
  • Volgens de wet of het reglement moet de MR daarmee instemmen. Het bestuur legt het voorstel voor aan de raad.
  • Als de MR het een goed voorstel vindt, meldt hij dat aan het bestuur en het bestuur kan het voorstel uitvoeren. Het is ook mogelijk dat de MR het om bepaalde redenen niet eens is met het voorstel van het bestuur. De raad meldt dan aan het bestuur dat hij weigert zijn instemming te geven en geeft daarbij de reden van deze weigering.
  • Het bestuur kan dan tot de slotsom komen dat de MR gelijk heeft en maakt een nieuw voorstel. Daar kan de MR mogelijk wel mee instemmen. Het is ook denkbaar dat het bestuur bij zijn oorspronkelijke voorstel blijft.
  • Dan zit er nog maar één ding op: het bestuur vraagt aan de geschillencommissie om een (bindende) uitspraak.
  • Als de MR volgens het reglement (of de wet) adviesrecht heeft bij een voorgenomen besluit van het bestuur, dan moet het bestuur zijn voornemen voorleggen aan de MR. De raad kan vervolgens positief of negatief adviseren.
  • Een positief advies spreekt voor zich. Wordt er negatief geadviseerd, dan kan het bestuur het negatieve advies naast zich neerleggen en zijn besluit uitvoeren (als de MR daar geen bezwaar tegen maakt), mits het bestuur aan de MR de redenen daarvan aangeeft.

 De MR kan, als hij de redenering van het bestuur onjuist vindt, naar de geschillencommissie gaan. Deze toetst bij adviesgeschillen alleen de gevoerde procedure en niet de inhoudelijke argumenten (terwijl dat wel gebeurt bij instemminggeschillen). Indien blijkt dat de geschillencommissie de MR gelijk geeft, dan moet het bestuur alsnog op zijn schreden terugkeren.

Kortom: In veel gevallen heeft de MR het recht om het bestuur te adviseren; in bepaalde gevallen heeft het bestuur de instemming van de MR nodig alvorens het zijn besluit kan uitvoeren.

Leden MR De Wrâldpoarte

namens de ouders:

Voorzitter:
Dhr. J. de Boer, 0511-522249

Lid:
Dhr. H. Otten, 058-2553186
Mw. T. Meindertsma

namens het personeel:

Lid:
Mw. A. van der Bij-Jelsma
Mw. G. van der Veen

Secretaris:
Mw. T. van Balen-Postma

Mailadres MR: mr.dewraldpoarte@pcbotdiel.nl